Foto's Vlijmen, in vroeger jaren, deel 4
Hieronder foto's van de Melie














Bierbrouwerij De Valk in de Meliestraat


Meliestraat met links de huizen van Huib de Vaan en de fam. Houtman.
Bierbrouwerij Het Hert
Stoombierbrouwerij Het Hert
Rond 1830 waren er in Brabant tussen de 200 en 240 bierbrouwerijen. Sinds
1936 is er sprake van een bierbrouwerij in Vlijmen. Volgens een verkoopakte
wordt "een huis met een erve, bierbrouwerij, schuur en tuin in Vlijmen, kwartier
het dorp" voor 8.000 gulden verkocht door Jan van Ooijen aan Adrianus van Wamel.
Jan van Ooijen had het geheel in 1930 aangekocht van Mejuffrouw Helena van
Ooijen, weduwe van Adrianus Matthias van de Wiel. In 1863 wordt de brouwerij
verkocht aan Jacobus de Rooij, wiens dochter Helena Petronella op 18 november
1863 trouwde met Josephus Antonius Corman. Volgens de familie Corman was
Josephus bierbrouwer van beroep. Aangenomen mag worden dat hij in de brouwerij
voor zijn schoonvader ging werken. Op dat moment zijn er twee mensen werkzaam in
de brouwerij.
In 1868 werd J.A. Corman naast brouwer tevens burgemeester van
Vlijmen. Deze functie bekleedde hij tot 1877. Tijdens zijn ambtsperiode werd het
oude gemeentehuis gebouwd.
In de beginjaren werden er afwisselend twee
soorten bier gebrouwen, namelijk Gerstebier en Nieuwligt (dubbel gerstebier).
Het Nieuwligt was anderhalf keer zo duur als het Gerstebier. Van 1867 werd er
ook Beijersch Bier gebrouwen, wat 2« keer zo duur was als Gerstebier. Er werd
gebruik gemaakt van runderpoten bij het bierbrouwen, wat waarschijnlijk de
houdbaarheid van het bier bevorderde. Tot 1870 is gebruik gemaakt van deze
techniek. Er werd elke week 40 tot 60 ankers gebrouwen (1 anker is ongeveer 20
liter).
In 1870 werd de capaciteit van de brouwerij verdubbeld, terwijl de
produktie in 1880 nog eens met de helft verhoogd werd. De brouwerij heeft dan 5
mensen in dienst. Waarschijnlijk was dit te danken aan de in dat jaar gestarte
produktie van het succesvolle Extra Stout. Tevens werd er Pale Ale gebrouwen.
Beide bieren werden rond 1882 aanbevolen 'voor zieken en zwakke gestellen,
zoodat het uitmuntend geschikt is voor Gasthuizen, Pensionaten, Instituten,
Liefdesgestichte, enz., daar het bier niet alleen zeer versterkend is, maar ook
aan buitengewoon goedkoopen prijs geleverd wordt".
Naast Extra Stout en Pale
Ale werd er Dubbel Princesse Bier, Bourgogne Bier, Faro en Oud Bruin
gebrouwen.
Wanneer de naam Het Hert voor het eerst werd gebruikt is niet
helemaal duidelijk. Al op de eerste etiketten van Corman is in de rode ruit
duidelijk een hert te zien. Waarschijnlijk komt de naam van de uitdrukking "het
dorstige hert". Verschillende brouwerijen uit die tijd (1860) gebruikten deze
naam, o.a. A. Meuwissen te Echt (L), C. Wijnen te Eersel, A.S. van Mourik te
Lith en J. Koppers te Well (L).
De heer Corman mocht het predikaat
Hofleverancier gebruiken, omdat de brouwerij het bier had geleverd bij een
bezoek van Koning Willem II op 31 juli 1883 aan 's-Hertogenbosch. Uit de boeken
blijkt ook dat in 1901 zelfs Stout voor export naar Indië is gebrouwen, hetgeen
een aparte bereiding vereiste.
J.A. Corman overlijdt op 26 maart 1903.
Jacobus Corman krijgt van moeder, broers en zussen de volmacht om de zaak te
runnen. Echter, de naam van de brouwerij verandert in Wed. J.A. Corman.
In
1909 neemt Anton Corman de brouwerij over. Nu gaan er diverse zaken veranderen
in de brouwerij. De mouterij wordt opgeheven en men start de produktie van
'limonade gazeuses', de in Vlijmen later bekend geworden
TROEF-limonades.
Rond 1926 heeft de brouwerij vier personen in dienst,
waarvan één kind. Er wordt ook een 6,6 PK (ongeveer 5 KW) aan electrisch
vermogen geinstalleerd. Vanaf 1930 brouwde Corman Extra Stout voor het
gerenommeerde Phoenix uit Amersfoort en leverde dit in houten vaten. Later
bottelde Corman het Stout voor Phoenix.
De zaken gingen voorspoedig totdat de
crisisjaren aanbraken. In deze jaren liep de produktie terug tot een kwart van
het tot dan gebruikelijke aantal hectoliters, dat per jaar werd gebrouwen. Nadat
Anton Corman is overleden neemt zijn vrouw (wed. M. Corman-Pelgrim) de brouwerij
over. Albéric en Cornelis (Cees) Corman worden medebestuurder.
Nadat in 1941
de produktie in zijn geheel wordt stilgelegd, dienen de kelders van de brouwerij
als veilige schuilplaats voor onderduikers gedurende de Tweede Wereldoorlog. Na
de oorlog werd het bierbrouwen weer hetvat. Het is dan hoofdzakelijk Oud Bruin
wat wordt gebrouwen.
Op 31 mei 1964 overlijdt mevrouw M. Corman-Pelgrim. Haar
zoon Anton Corman neemt de brouwerij over. In 1968 wordt de brouwerij
overgenomen door "De Drie Hoefijzers" uit Breda. Er zijn dan nog zes medewerkers
in dienst. Brouwen doet Corman niet meer. Wel blijft hij gedurende acht jaar
groothandel voor "De Drie Hoefijzers". In 1983 werd de brouwerij gesloopt. Nog
één gebouw herinnert aan de oude brouwerij. De bierketel, beslagkuip en
flessenspoelmachine werden door Heineken opgekocht voor een toekomstig
biermuseum.

Rechts de mandenmakerij, in 1927 is hier contrefortfabriek Ovito gevestigd
Hieronder 4x de Pastoriestraat





Kerkhof in de Julianastraat anno 1960

Hotel Prinsen in de Julianastraat anno 1965

Hotel Veldzicht

Aanbrengen asfalt Vlijmenseweg 1930