Vlijmen, 18 april 2020

Help de Huismus

De huismus (Passer domesticus) vergezelt de mens al 11.000 jaar; in Noord-Europa is hij al tenminste 3000 jaar aanwezig. Eeuwenlang zijn de omstandigheden voor deze soort alsmaar beter geworden, doordat mensen in toenemende mate zijn leefgebied verbeterden, maar ergens in de loop van de vorige eeuw is er een kentering opgetreden. De huismus was lange tijd de meest talrijke broedvogel in Nederland, maar die positie is overgenomen door de merel. Sinds de jaren 70 zijn de aantallen meer dan gehalveerd. Wat kunnen we eraan doen om het tij te keren?

De huismus is een cultuurvolger, met voorkeur voor een wat rommelige groene bebouwde omgeving. In de moderne strakke nieuwbouwwijken en in de centra van grotere steden ontbreken ze vaak. De oorzaak van de teruggang is vaak gebrek aan voedsel of nestgelegenheid, of een combinatie daarvan.

De meeste huismussen komen hun hele leven niet verder dan een paar honderd meter van hun geboorteplek. Vooral in de broedperiode blijven ze in de buurt van het nest. Een huismus heeft twee tot drie legsels per jaar, in de periode april-september. Leidt een legsel tot jongen, dan zijn de eerste twee weken veel insecten nodig, vooral bladluizen en hun larven. Deze worden gevonden bij stilstaand water van grachten, vijvers, sloten en verlaten emmers, in dood hout dat met rust gelaten wordt, rond mest, in composthopen, in takkenhagen en meer van dergelijke plaatsen. Soms zijn er planten die dergelijke insecten in het bijzonder aantrekken in de buurt, zoals rozen, klimop, hop en coniferen. Is dit niet binnen een straal van 50 meter rond het nest aanwezig, dan hebben de ouders het moeilijk en kan een aantal van de jongen verhongeren of blijven ze zwak na het uitvliegen.

In de periode oktober-februari eet de huismus vooral plantaardig voedsel, zoals zaden. In steden en dorpen is hij in de winter sterk afhankelijk van het voedsel dat de mens hem aanbiedt. Daarnaast wordt in de directe omgeving ook gegeten van zaden van grassen, onkruiden en andere beplanting, van jong groen, van bloemknoppen, van bladgroen, van fruit en van vruchten.

Verder hebben ze graag water- en stofbaden. Een waterschaal of vijvertje met aflopende oever en een zanderig plekje in de zon. Haal er desnoods gewoon een stoeptegel uit!

Als je al huismussen in de tuin hebt, is er blijkbaar nestgelegenheid. Een levensvatbare kolonie moet wel minimaal tien broedparen groot zijn. Probeer daarom, eventueel samen met buurtuinen, meer nestgelegenheid aan te bieden in de nabije omgeving. Dat kan in de vorm van nestkasten, huismussenpannen of vogelvides.

Huismussen hebben de meeste zwerf-neigingen in de periode eind maart/begin april, en in mindere mate ook tussen half september en eind oktober. De meeste jonge huismussen verspreiden zich na het broedseizoen in de directe omgeving. Als er binnen een straal van een kilometer van jouw tuin een kolonie aanwezig is, kun je voorzieningen treffen om ze naar je toe te lokken. Wat daar bij komt kijken kun je vinden op www.vogelbescherming.nl; als je zoekt op ‘factsheets stadsvogels’ en op de bovenste link klikt, vind je alle informatie die nodig is om volgend jaar ook huismussen bij jou in de tuin te krijgen.

In het project ‘Dorpsnatuur in Heusden’ richt de Natuur- en Milieuvereniging gemeente Heusden (NMVH) zich op het stimuleren van de biodiversiteit in de bebouwde omgeving. Het is de bedoeling dat zoveel mogelijk bewoners mee gaan doen. Als je zin hebt om daar aan mee te werken, laat het dan weten via info@natuurenmilieuheusden.nl.

Maatregelen voor verbeteren habitat in leefgebied van de huismus
- Behoud of verkrijgen van voldoende dekkingsmogelijkheden door bijvoorbeeld:
o Aanplant van doornige struiken als vuurdoorn en meidoorn, groenblijvende heesters, klimplanten als klimop of wingerd,
beukenhagen, en dergelijke binnen 5 à 10 meter (bij voorkeur binnen 2,5 meter) van plekken waar gefoerageerd wordt.
Bladverliezende soorten zijn in de winterperiode minder effectief.
o Aanplant van inheemse soorten bomen en ander opgaand groen binnen 5 à 10 meter (bij voorkeur binnen 2,5 meter) van de plekken waar gebroed wordt
o Kant-en-klare hagen of gevelgroen aan te brengen als tijdelijke voorzieningen noodzakelijk zijn. Voor al deze maatregelen
geldt dat ze een hoogte van minimaal 3 meter moeten hebben willen ze effectief zijn.
- Behoud of ontwikkeling van slaapgelegenheden door bijvoorbeeld
o Aanbrengen van groenblijvende gevelbegroeiing of ander verticaal groen, bijvoorbeeld met vuurdoorn, klimop
o Aanplanten van groenblijvende heesters (bijvoorbeeld liguster, hulst) of coniferen (bijvoorbeeld taxus).
o In de winterperiode winternesten aan te bieden in de vorm van bijvoorbeeld takkenhopen of strobalen als een tijdelijke oplossing noodzakelijk is.
Voor al deze maatregelen geldt dat ze een hoogte van minimaal 3 meter moeten hebben willen ze effectief zijn en zo mogelijk binnen
100 meter van de nestplaats aanwezig moeten zijn.
- Behoud of ontwikkeling van voldoende plekken waar gefoerageerd kan worden, door bijvoorbeeld:
o In stand houden of ontwikkelen van overhoekjes of stroken ruigte met onkruiden als bron voor zaden en kleine zachte insecten.
Straatgras, herderstasje en weegbree zijn favoriete onkruiden o Extensiever beheer van gazons door het terugbrengen van de maaifrequentie
naar 1 maal per jaar. Het maaien vindt niet in het najaar plaats het bijvoeren met meelwormen in de periode dat er jongen zijn of met
zaden e.d kan als tijdelijke maatregel in aanmerking komen.
o Op plekken met weinig kans op aanrijding gesloten (asfalt)verharding te vervangen door klinkerbestrating.
Voor al deze maatregelen geldt dat voedsel bij voorkeur jaarrond beschikbaar is en zo mogelijk binnen 100 meter van de nestplaats beschikbaar
is en dat er binnen 5 à 10 meter (bij voorkeur binnen 2,5 meter) dekking aanwezig is.
- Behoud van voldoende drinkwater door bijvoorbeeld aanleg van vijvers
- Behoud van voldoende mogelijkheden voor nemen van stofbaden door zandige plekken te realiseren of te handhaven.
- De effectiviteit van de getroffen maatregelen worden gemonitord.
(Bron: Kennisdocument Huismus (beschikbaar op https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-009-Kennisdocument-Huismus-1.0.pdf )

Links naar meer informatie over de huismus:
- Factsheet Vogelbescherming: https://assets.vogelbescherming.nl/docs/55a49bdc-c94c-4467-9c8c-a3ffcaefdb66.pdf?_ga=2.2265712.17516695.1587223655-345454104.1586719289
- Broedvogelrapport 2017 SOVON, p. 105-108 https://www.sovon.nl/sites/default/files/doc/rap_2019-04_broedvogelrapport-2017-kl.pdf
- Wikipedia: https://nl.wikipedia.org/wiki/Huismus
- Kennisdocument Huismus: https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-009-Kennisdocument-Huismus-1.0.pdf
- https://www.stichtingdemussentoevlucht.nl/de-huismus/