Foto's Drunen in vroeger jaren, deel 3

café Remise, Grotestraat 267.

Tramhalte bij de remise. Links het cafe Remise, Grotestraat 267.

De tramremise staat er nog, de tramrails liggen er nog, maar de tram heeft plaats moeten maken voor de autobus.

Op de foto Toon van de Leur, machinist, Gullis, stoker, en H.Kuypers, conducteur, met passagiers.

Oude tramremise, stalling en reparatiewerkplaats van de wagens en locomotieven

De Remise, het centrale knoop- en wisselpunt, waar locomotieven rangeerden en water en kolen innamen, waar de centrale werkplaats was ingericht en waar locomotieven en rijtuigen buiten dienst werden gesteld. Het was op 7 november 1896 dat het stoomtramtraject Den Bosch, Drunen, Baardwijk, met in Drunen een aftakking naar Heusden, werd geopend. In 1902 kwam een aansluiting tot stand met het traject Tilburg-Waalwijk.
Een enkele reis naar Den Bosch kostte 17 cent en een retourtje 30 cent. De machinist verdiende f 12,= per week, terwijl de conducteur f 9,= kreeg. Bij deze laatste ging men uit van fooien, die tussen f 1,= en f 5,= lagen. Een lijnwerker verdiende f 6,= en dat was ook het loon van een schoenmaker en een mandenmaker. De laatste personentram komt voor in de dienstregeling van 15 mei 1934. In de dienstregeling van 7 oktober 1934 blijkt het regelmatig personenvervoer geheel door autobussen te zijn overgenomen. Op 1 oktober 1936 viel het doek, de zandtram reed nog tot 2 november 1937. Hiermee werd zand van de Drunense Heide naar het Bossche Veld gebracht. Dit Bossche stadsdeel, westelijk van het station, werd hiermee opgehoogd.

De Bosscheweg met links het begin van het Groenewoud. Het midden op de foto staande huis van de fam. De Vaan is afgebroken tbv een serie woningen van Lips NV (Groenhof), aan het begin van de Bosscheweg.

Deze beukenlaan bevond zich op de grens tussen Drunen en Nieuwkuijk. Bij de reconstructie van de Bosscheweg, ongeveer 1950, is deze baan verdwenen. Links de oprijlaan naar het Drunense kasteel van de grafelijke fam. d’Oultremont.

Oprit van de brug over het kanaal, gezien vanaf de toegang van het voormalig kampeercentrum “De Klinkaert”.

Op de achtergrond de oprit naar de brug over het kanaal.

Een villa als ‘directiekeet’ zou men kunnen zeggen. Omstreeks 1900 werd aan de Steegerf een villa gebouwd voor ir. Van Lidth de Jeude, die de leiding had bij het graven van het kanaal Den Bosch – Drongelen. Het kanaal werd gegraven van 1908 – 1910. Het is een afwateringskanaal. In Den Bosch wordt het water ingelaten en komt bij Drongelen weer in de Bergse Maas. Voordat het kanaal bestond, moesten de bewoners van Giersbergen in de winter met een roeibootje naar Drunen. De villa is later nog een tijd bewoond door burgemeester mr. H.Loeff. Weer later werd het een horecabedrijf. Bij de bevrijding van Drunen werd het pand door de Duitsers verwoest. Het is niet meer herbouwd. Het was gesitueerd tegenover het voormalige restaurant ‘Duinrand’ en de tennisbaan.

Ten zuiden van het kanaal liggen o.a. de gehuchten Pessert (of Pestert, Pessaert), Fellenoord en Klinkaert (of Klinkert). Deze zijn al eeuwenlang bewoond. Van de Fellenoord wordt de oudste boerderij geschat op een ouderdom van meer dan drie eeuwen. Het is een uniek gebouw doordat het een mengvorm van twee boerderijtypen is; er zitten Frankische en Saksische kenmerken in). Dit pand is in 1968 gekocht door de ‘Stichting Vrienden van de Fellenoord’, die er een heemkundig studiecentrum gevestigd hebben.
De Pessert is al 50 jaar niet meer bewoond en alle opstallen zijn afgebroken

In de beginjaren van de 20e eeuw heette deze straat nog Papensteeg, zoals op deze oude foto te zien is. Typisch is ook de aanduiding R.C.Kerk (met een C van Catholique).
V..l.n.r woonden hier Piet Boom, Karel Vesters en Peter Smits.

September 2006 laat dit plaatje zien

Bovenstaand dezelfde kerk, maar dan in puin geschoten tijdens de oorlog

Van de dorpen binnen het Drongelsch Kanaaltje heeft Drunen wel het zwaarst door het oorlogsgeweld geleden. Behalve de materieele schade, waarbij naast vele huizen, kerk, pastorie, zusterklooster, raadhuis en scholen vernield werden, zijn er naar rato veel slachtoffers te betreuren.
Nadat de gehuchten Klinkaert, Fellenoord en Pestaert, die ten Zuiden van het Kanaal liggen, reeds acht dagen bevrijd waren, vielen de eerste granaten Vrijdagavond 27 October rond negen uur op Drunen en besefte men daar meteen wat oorlog beteekende. Op het erf van de Wed. Klerks in de Schoolstraat gebeurde dien avond inderdaad iets ongeloofelijks. In een aldaar geparkeerden woonwagen bevonden zich tien personen toen deze een voltreffer kreeg. De wagen veranderde in een “platte wagen” en geen der tien inzittenden werd zwaar getroffen. De scherven drongen echter in een tweeden wagen door en rukte een jongetje van zeven jaar ‘n arm en beentje af.
Dien zelfden nacht nog brandden de twee wagens af en was het te danken aan het krachtdadig optreden van enkele omwonenden dat erger in deze straat werd voorkomen.
De volgende dagen lagen de kerktoren en andere militaire punten van Drunen regelmatig onder vuur. Vele huizen rond de kerk en elders werden vernield en de bevolking leefde voortaan in de kelders. Het gevaar zien aankomend had men over het algemeen voor goede schuilplaatsen kunnen zorgen, die al naar gelang de handigheid van de bouwers comfortabel waren ingericht. Zoo hebben wij er een gezien, met een bedstee er in. Het grootste deel van de waardevolle bezittingen had men in den grond gegraven, maar door de talrijke treffers is er ook “ondergronds” veel vernield.
Het werk der Broeders Penitenten verdient een aparte vermelding. In de kelders en gangen van hun klooster hebben zij gedurende tien dagen een kleine duizend inwoners van Drunen gehuisvest. Met de grootste zorg hebben de leden van het Drunensche convent hun “gasten” verpleegd. Overdag werden warme maaltijden verstrekt en gedurende de nachten, die het gros der kelderbewoners zittend-slapend moesten doorbrengen, werd meermalen warm drinkwater geserveerd. Evenals voor de baby’s was voor de ouden van dagen een aparte kelder ingericht, terwijl verder ruimte gereserveerd moest blijven voor het Roode Kruis van Drunen en dat der duitschers. Onder leiding van den heer v.d. Krabben heeft het Roode Kruis van Drunen gedurende de oorlogsdagen veel goed en gevaarlijk werk gedaan. Dikwijls met inzet van eigen leven.
Van Vrijdag 27 October tot den daaropvolgenden Zaterdag zullen onvergetelijke dagen blijven in de geschiedenis van dit mooie Brabantsche dorp. Met den dag brokkelde de kerktoren af, werden de vernielingen aan de huizen grooter en steeg het aantal dooden en gewonden. Toen vielen o.m. de heer Frans Peeters, onderwijzer te Baardwijk, vrouw v. Weert en landbouwer v. Rooij.
Zaterdag 4 November blijft echter de meest gedenkwaardige dag. Op dien dag kreeg het dorp in alle opzichten de zwaarste klappen, doch ook toen was de bevrijding een voldongen feit. Verrast door een hevig trommelvuur vonden verschillende personen den dood en steeg de lijst der gewonden schrikbarend. Drunen verloor o.m. bij de uitoefening van zijn beroep dokter G. Akkermans. In de Torenstraat vielen bij de familie Hendriks vijf slachtoffers en vonden echtgenoote en kind van den heer Korthout den dood. In dien donkeren avond van 4 November bood Drunen een troosteloozen aanblik. Het vuur laaide op in alle deelen van het dorp en aan blusschen viel niet te denken. Ouders zochten naar hun kinderen en kinderen naar hun vader of moeder. In de meeste gevallen was het een blij weerzien, doch ook enkele keeren deed men een droevige vondst. Willem v.d. Wiel zat dood tegen den achtergevel van zijn huis; Huub van Delft lag met een scherf in den rug eenige meters van den schuilkelder, waar hij in had willen vluchten uit het brandende huis van bakker Willemse; Mart Smits stierf in een schuilkelder en Marie Vissers en Tiny v. Hulten overleden eenige dagen later aan de opgeloopen verwondingen. Deze lijst is zoo niet volledig en op het ogenblik zijn nog enkele tientallen gewonden opgenomen in het ziekenhuis te Tilburg, terwijl vijf personen ergens in Nederland verpleegd worden; van hun toestand weet men niets.
Zoo leed Drunen, doch toen dien zelfden avond tegen negen uur de mare in de kelders doordrong, dat de Engelschen er waren, steeg er een zucht van verlichting op. Er was vreugde, doch geen uitbundige vreugde, wat ook begrijpelijk is. De bevrijding vormde de grootste troost voor de getroffenen.
Burgemeester Mr. Th. v.d. Heijden, die geruimen tijd in een kamp als gijzelaar had doorgebracht en sedert eenige maanden weer in Drunen vertoefde, trad onmiddellijk weer in functie en trof met zijn wethouders de eerste maatregelen. Den dakloozen werd onderdag verschaft en een commissie voor den wederopbouw in het leven geroepen om orde te stellen op de zaken.
De inwoners van Drunen zijn ondanks het leed, dat geleden moest worden, zeer dankbaar voor de bevrijding. Oud en jong smeedt plannen voor de toekomst. De huizen, die nog bewoonbaar te maken zijn, worden spoedig hersteld en wie aan het werk kan, gaat aan den slag.
De kerkdiensten worden gehouden in de zalen der Jongenscongregatie en het huis van oud-burgemeester v. Hulten in ingericht als pastorie. De boterfabriek werkt weer en als er nu nog licht en water komt is het leven in Drunen weer vrijwel normaal.