Zondag 7 oktober 2012. Kardinaal Simonis onthulde de gevelsteen van de Sint Clarastok aan de muur van Plein 13.

In 2012 werd het 8e eeuwfeest gevierd van de kloosterorde van de Clarissen.
De arme Clarissen vestigden zich in 1990 in het voormalige zusterklooster in Elshout. Ze zijn daar tot 1993 gebleven en zijn toen naar Eindhoven verhuisd.
Sinds die tijd bestaat er daar een gebedsgroep die elke maandag om 18.30 uur in vereniging met de zusters een Eucharistische aanbidding houden. Op 7 oktober 2012 bestaat deze groep 19 jaar.
Er heeft in Drunen ooit een Sint Clarastok gestaan heeft. Een offerblok voor liefdegaven voor de armen.
De heer Tom van der Aalst, oud archivaris van het Streekarchief in Heusden, heeft hier onderzoek naar gedaan en zijn bevindingen treft u hieronder aan.

DE SINT CLARASTOK IN DRUNEN

Bij een inspectiebezoek in 1929 aan de gemeente Drunen valt het oog van de rijksarchivaris, mr. J.P.W.A. Smit, op een ingelijste tekening aan de muur in een van de vertrekken van het raadhuis. Nieuwsgierig geworden beschouwt hij de tekening nader om vervolgens vast te stellen dat het een archiefstuk betreft en niet behoort te worden ingelijst. Hij sommeert de Drunense bestuurders deze tekening direct uit de lijst te halen en op te nemen in het archief van de gemeente, waar het bewaard dient te worden als bijlage bij een brief van het provinciebestuur. De inmiddels door het licht zwaar verkleurde tekening is van de Sint Clarastok die ooit nabij twee waterputten midden in het Drunense centrum heeft gestaan op de bijna kruising van Grotestraat met de Torenstraat (vroeger Papensteeg omdat deze straat precies liep naar de plaats waar de oude kerk heeft gestaan) en de tegenwoordige Stationsstraat.
Nadere beschouwing maakt Smit nog nieuwsgieriger en dan blijkt dat de tekening veel meer informatie biedt dan wordt gedacht, zoveel dat Smit waarschijnlijk nog diezelfde dag in het oude dorpsarchief van Drunen is gaan kijken. Het bouwwerk dat iets weg heeft van een kapelletje is in 1744 gebouwd, ter vervanging van een oudere stok. De dorpsrekening over 1744 telt nogal wat posten van betaling van de bouw van deze stok, zodat de conclusie getrokken moet worden dat het méér dan alleen een bouwwerk van religieuze betekenis is. Het is een eenvoudige vierkanten bakstenen pijler met een nisje aan de voorkant met een piramidaal dak. Dit nieuwe bouwwerk zal ongetwijfeld dezelfde maten hebben gehad als de oude stok die dus in 1744 “ingevallen en nedergestort” is. De dorpsrekening van Drunen over 1744 meldt verschillende uitgaven voor de wederopbouw van de Clarastok, waaronder ook die van levering van een “blauwe kaye” een stuk graniet met daarop de datum 22 april 1744 en de initialen van de borgemeesters GeraertMuskens, Jan Claesse van Druenen en Jan Tabbers.
Smit wijdt hieraan een artikeltje in het tijdschrift Taxandria (1929 blz. 154-156) en legt een verband met een kapelletje ter ere van de Heilige Clara, die, zoals bekend in de 13e eeuw in Assisi een trouwe volgelinge was van Sint Franciscus en in diens geest ook opkwam voor de armen en een devoot leven heeft geleden.
Het woord “stok” duidt evenwel ook op een offerblok en ligt enig verband met liefdegaven voor de armen voor de hand. Hoewel niet aangetoond vermoed ik een relatie met de Tafel van de Heilige Geest, de instelling voor de armen in Drunen.
Daarnaast heeft de stok gefungeerd voor het afficheren van belangrijke besluiten en bekendmakingen van schout en schepenen van Drunen, maar bovenal was de Clarastok de plaats waar tol moest worden betaald die de heer van de heerlijkheid Drunen “met de tol van Venloon” toekwam. (Venloon is de oude benaming van Loon op Zand). De tol betreft de betaling voor passerende goederen. In Drunen zijn twee betaallocaties. De ene op de baan aan de Kruisstraat voor het goederenverkeer uit zuidelijke en oostelijke richting; de andere, de Clarastok dus in de Torenstraat voor goederen in westelijke richting. Een derde locatie is op debaan in de Meeuwert.
In 1845 heeft de gemeente Drunen overleg met de provincie in verband met de bestrating van de weg van Vlijmen naar Drunen. De weg moet in eigendom worden overgedragen aan de provincie. Vervolgens staan drie welputten in de weg en de Sint Clarastok. De gemeente kan zich wel vinden in het verdwijnen van de putten, die zich midden op de weg bevinden, mits daarvoor pompen terugkomen. Deze pompen “van het grootste kaliber”worden betaald uit provinciale middelen, maar het latere onderhoud is voor gemeentelijke rekening.
Aanvankelijk wil het gemeentebestuur dat de Sint Clarastok wordt verplaatst, maar deze wens kan gezien de kosten beslist niet worden gehonoreerd. De hoofdingenieur van de Waterstaat in de provincie Noord-Brabant verwoord het als volgt: “Ten aanzien van de verplaatsing van den St. Klarastok zwarigheid gemaakt zijnde, daar die kosten tot geen het minste doel leiden, zoo moet ik Uedelachtbare te dien aanzien verzoeken om van dit punt af te zien en het voorwerp dus te laten opruimen; doch om de gemeente van Drunen in het bezit te stellen van een blijk van de gedaante van den St. Klarastok, heb ik de eer Udelachtbare bij deze eene teekening daarvan te doen toekomen”.
De St. Clarastok is vervolgens afgebroken.

Tom van der Aalst

©2012 Dick Buskermolen